Mijnheer Van Veldeke, Harie jong, ik zie u graag.
Monique Cox - Hasselt
Ik wou dat ik kon, wat Van Veldeke durfde,
ik zou een epos in 't Hasselts maken
Zijn Diets werd nog fel gewaardeerd
nu zijn veel mensen voor hun Hasselts gegeneerd
Die mooie taal uit onze kinderjaren
vindt menig verwaand mens ordinair geworden
Als je in het plat Hasselts zijt opgevoed
geraak je die gewoonte nooit meer kwijt
In de lagere school heb ik vaak opmerkingen gekregen
want ook die Blauw Nonnen waren mijn taal niet genegen
Mens genade, als rijkswachters lagen ze op de loer
bij het eerste woordje moest je boeten voor een uur
Een lange rode vilten tong kregen we op onze borst gespeld
Stom trienen dat ze waren, zo kregen ze ons zeker niet getemd
Ze joegen onze taal niet naar de vaantjes met die comedie
tegen onze tweetaligheid hadden ze geen echte remedie
Wat je met de moedermelk hebt binnen gekregen
dat waait niet weg, dat blijft u voor de ogen als een portret
Wie kent niet dat mooie standbeeld op de Grote Markt
iedereen wil er eens aan voelen, 't is een kunstig werk
Die jongen en dat meisjes samen op dat bankje
Lieve burgemeester, zorg voor een luidspreker onder dat plankje
dan kunnen we ze dag en nacht in 't Hasselts laten vrijen
zelfs de kaalste ākus mijn knokenā moet zich dan niet meer generen
Wie wat vroeger is geweest, niet in ere hield
is niet waard dat hij zich hier nu goed voelt
Er is al zoveel moois uit Hasselt weg
onze taal, onze wereldtaal, die is van u en mij, en echt
Die Blauw Nonnen dachten het altijd beter te weten
maar zoals wij gebekt zijn, zo blijven wij fluiten
Veldeke, eenzame man op uw hoge steen,
ik zie niet graag dat je daar zo triestig zit
Je kon zo wondermooi over de liefde zingen
terwijl je zelf het grote geluk niet kon vinden
De Hasselaren steken graag een pluim op uw hoed
maar ik, ben gewoon verliefd op u, is 't nu dan goed?